|
Als er geen tactische truc in de stelling zit waarmee je direct wint, dan komt een klein plan in aanmerking. Zorg voor een goede pionnenstructuur, of verbeter de pionnenstructuur als het kan. Probeer de pionnenstructuur van tegenstander juist te verzwakken. Een duo in het centrum is sterk en geef dit centrum niet zomaar op. Dubbelpionnen kunnen een nadeel zijn, evenals geïsoleerde pionnen. Vrijpionnen kunnen sterk zijn. Verbonden vrijpionnen zijn nog sterker. Een pionnenketen heeft een of meer zwakke punten, die niet door ander pionnen gedekt worden. Probeer zo'n zwakte aan te vallen. Stukken moeten een nuttige taak hebben, liefst allemaal, ook de koning. De koning is een sterke aanvaller in het eindspel, en helemaal in een pionneneindspel. Laat stukken samenwerken en zorg dat ze voldoende bewegingsvrijheid krijgen. Zoek goede velden, zoek open lijnen, val binnen op de 7e of de 8e rij met een toren of dame. Val zwakke punten van de tegenstander aan. Dwing hem tot verdedigen. Om zulke dingen gaat het in een 'klein plan'. Voorkom dat de tegenstander een goed klein plan heeft. Laat de stukken voor je werken. Voorkom dat de stukken van je tegenstander gaan werken. Ruil ze desnoods af. |
Zwart aan zet |
Wit aan zet
1. hxg3 |
||||
Wit aan zet |
Wit aan zet
1. Pf6 |
||||
Wit aan zet |
Zwart aan zet |
||||
Wit aan zet
1. Ke3 |
Wit aan zet
1. Kd2 |
||||
Zwart aan zet
1... f6! |
Zwart aan zet |
||||
Wit aan zet |
Wit aan zet 1. Le3! Als zwart slaat dan krijgt wit een dubbelpion. Dit is een klein nadeel. Maar de witte voordelen zijn belangrijker. Wit krijgt een extra pion in het centrum, waardoor d4 mogelijk wordt. De toren op de f-lijn wordt actief vanwege de open f-lijn. Zwart kan geen stuk meer op d4 plaatsen. En wit ruilt ook nog eens een van sterke stukken van zwart af, de loper op c5. Al een goed klein plan. Wit hoeft niet bang te zijn dat zwart slaat (instructievoorbeeld Handleiding Stap 3). * |