jeugdschaakpagina





Schaakverhaal







Lang geleden waren er eens twee koningen, ieder met een eigen kasteel. Elk kasteel had twee torens. Naast de torens bevonden zich de stallen voor de paarden. Daar weer naast stonden de niet onaardige optrekjes van de bisschoppen, ook wel de lopers genoemd.

Nu waren de twee koningen al een dagje ouder en niet meer zo snel ter been. Maar hun dames - de koninginnen - kon je op zomerse dagen door de hoftuinen zien dartelen dat het een lieve lust was, wat altijd weer de belangstelling trok van zekere leden van de hofhouding. Rondom het kasteel waren er verder boeren en voetvolk in de weer: de pionnen.










rust en orde



En zo had iedereen wel iets te doen. Maar voor de koningen zelf was er niets. Het was vrede in het land en er heerste rust en orde. Er viel dus weinig te regeren, laat staan dat er eens zo'n lekker belangrijke beslissing moest worden genomen. Alles regelde zich vanzelf. De boeren verbouwden bloemkolen en andijvie, de paarden trokken karren naar de markt, de raadsheren sloegen beraad en telden de belastingopbrengsten. De torens stonden: dit om stevigheid aan het kasteel te verlenen. De dames naaiden en borduurden en maakten zich mooi, wat een secuur werkje was. En zo was alles en iedereen in de weer. Maar de koningen dus niet. Ja, zij speelden wel eens een spelletje Mens erger je niet om de tijd te verdrijven, maar dat spelletje ergerde hun juist wel!

Op een dag begon de witte koning zich echt stierlijk te vervelen. Er moest nu iets gebeuren. Kon niet bommen wat. De koning stuurde toen een pion het land in om te zien of er ergens iets te beleven viel. De pion, vereerd met de speciale opdracht, vertrok voortvarend, met twee passen tegelijk:

1. e2-e4

Hij was nog niet weg of hij kwam een vreemdeling tegen:

1. ... d7-d5











twee passen tegelijk


Deze zwarte pion had ook haast en drukte de witte zowat van het smalle karrespoor. "Zeg lomperik", schreeuwde de witte pion, "kun je niet uitkijken!" Waarop de zwarte terugschold: "Kijk zelf uit boeren pummel!" Oei, dat werd een ordinaire ruzie. De witte pion sloeg de zwarte pion toen bepaald niet zachtzinnig. Klak!









pion slaat pion: klak!


2. e4xd5

Nu zag de zwarte koningin dit toevallig net gebeuren vanachter haar kaptafel. Zij was nogal op haar pionnetje gesteld en vloog erop af. Zonder te vragen wat er aan de hand was of wie er begonnen was, sloeg de temperamentvolle jonge dame de witte pion met de vlakke hand in het gezicht. Pets!









dame slaat wite pion: pets!


2. ... Dd8xd5

Het witte pionnetje stond er van te duizelen en zakte langzaam door zijn knieŽn. Hij moest per brancard worden afgevoerd. Zo ging het van kwaad tot erger. Iedereen begon zich met de ruzie te bemoeien. Er kwam oorlog. De eer van de koningen stond nu op het spel. De witte koning stuurde zijn stukken op de dame af. Eerst werd er een paard in de strijd geworpen - het paard werd ontwikkeld:

3.Pb1-c3









paard valt dame aan



De zwarte dame was nu aangevallen en vluchtte snel naar een veilig veld. Ze zette meteen de witte koning schaak:

3. ... Dd5-e5+









de witte koning staat schaak



Aan het schaak moest iets gebeuren want de koning zelf was in gevaar! De doodsbange koning trok een loper bij zijn jaspand en verborg zich achter zijn raadsman. De loper vond dit wel niet leuk, maar ja koninklijk bevel is koninklijk bevel:

4.Lf1-e2









de witte koning verbergt zich



4 ... Lc8-g4

De witte loper kon voorlopig niet weg: hij stond gepend. Daarom kon de zwarte loper er rustig bij komen - die mocht niet geslagen worden:









de zwarte loper komt erbij



En zo ontwikkelde zich het strijdtoneel verder:

5. d2-d4 De5-e6
6. d4-d5 De6-e5
7. Lc1-f4 De5xf4
8. Le2xg4 Pg8-f6





Op een gegeven moment stond het zo. Twee stukken, de zwarte dame en een paard, vielen de witte loper aan:









zwarte stukken vallen de witte loper aan



Een tweevoudige aanval op de loper. Die loper moest uitwijken (weggaan):

9. Lg4-f3 Pb8-d7
10. Pg1-h3











een paard valt de zwarte dame aan



Door zijn verrekijker zag de witte koning een paard uit zijn stal de zwarte dame aanvallen. De dame was gedwongen om te vluchten:

10. ... Df4-b4

Ondertussen had de witte koning helemaal niet in de gaten dat op de andere kant van het slagveld pion b2 ongedekt bleef staan. De koning dacht alleen aan z'n eigen veiligheid en rokeerde:

11. 0-0 Db4xb2
12. Dd1-d4 a7-a6
13. Ph3-f4 h7-h6











zwart vergeet te ontwikkelen



Zwart vergat ondertussen zijn stukken te ontwikkelen en speelde een onbelangrijk randpionnetje op. De zwarte loper en torens deden aan het gevecht nog niet mee. Dat was een ernstige strategische fout. Dat gaf wit de kans om een stukoffer te brengen.

14. Pf4-e6!

De zwarte stukken, en vooral de koning, kwamen daardoor in de knel te zitten.

14. ... f7xe6
15. d5xe6 Pd7-b6
16. Lf3xb7 Ta8-d8











een rommeltje



Het gevecht was nu al uren bezig en zo stond het op een gegeven moment. Het was een rommeltje op het slagveld geworden en beide partijen begonnen het overzicht te verliezen. Maar nu kwam het witte paard met een geniaal plan, waarin voor hemzelf een heldenrol was weggelegd. Als het plan slaagde zou het na de oorlog minimaal een lintje opleveren. De filosoof, die vanuit de appelboomgaard het schouwspel met een half oog had gadegeslagen, had de paardzet allang gezien. Maar de oorlog interesseerde hem maar matig. Let op, daar kwam het paard:

17.Pc3-d5!!











Geniaal!



Het plan was zo slim dat niemand in het zwarte kamp er iets van begreep. "Wat!?" schamperde de zwarte koning, "We kunnen een dame slaan!" Inderdaad, door de paardzet was de witte dame ongedekt komen te staan. "Mannen", riep de koning hysterisch, "pak die dame en plunder het kasteel!" Ik zal maar niet uitwijden over de lage gevoelens die zich tijdens een oorlog van soldaten en hun bevelhebbers meester maken. Feit is dat de dame werd geslagen:

17. ... Db2xd4

Dom dom dom! Dit was een blunder van jewelste. Het was een verraderlijke hinderlaag. Want zie wat er toen gebeurde:

18.Pd5xc7#











schaakmat!



Schaakmat! Het spel was uit. De koning stond schaak en kon niet weg vanwege de witte pion. Het had ook geen nut om iets tussen het paard en de koning te zetten, want een paard springt over alles heen. En zwart kon het paard ook niet slaan. Aan het schaak was niets meer te doen. Dus dat was het einde. Finito. Basta. Wit had de strijd gewonnen.

De zwarte koning zag in dat de situatie hopeloos was. Hij gaf zich heel slim meteen over. Want dacht je dat een koning zich laat slaan? Hij werd gevangen genomen en meegevoerd naar het witte kasteel.

Daar kwam toevallig net de filosoof langs. Deze had alles hoofdschuddend aangezien. De filosoof koos geen partij, zeker niet voor de overwinnaar. Streng sprak hij de koningen toe: "Kijk eens naar de stelling. Het is een bende in het land. Hebben jullie koningen niets beters te doen dan oorlog voeren!" Dat waren geloof ik wijze woorden. "Maar", zo stribbelde de witte koning tegen, "onze eer stond op het spel. Het was een eerlijke strijd." "En spannend dat het was!" zei de zwarte koning onderdanig. De twee koningen waren meteen weer dikke vrienden. Aan de filosoof schonken zij dan ook geen aandacht meer. De witte koning, trots op zijn overwinning, gaf een geschiedkundige opdracht om een boek over de oorlog te schrijven. Daarin moest komen te staan dat de witte koning zich tijdens de oorlog dapper en edelmoedig had gedragen en dat hij het paard eerst heel slim naar veld d5 had gestuurd, onder opoffering van een volle dame, en toen naar veld c7, waar het de zwarte koning mat werd gezet. De filosoof zweeg en liep naar huis. De weg was lang en onderweg dacht hij na over diepe dingen in de mens.

Maar de filosoof liet het er niet bij zitten. Die nacht kreeg hij een heldere droom. En de volgende dag was hij terug in het kasteel. De filosoof had een schaakbord en schaakstukken meegenomen. Hij sprak tot de koningen: "Vrienden, kijk eens hier! Voortaan kunnen jullie zoveel oorlogje spelen als je wilt." Hij legde toen aan het hele hof de regels van het schaakspel uit. Men was meteen nieuwsgierig en het duurde niet lang of iedereen kreeg de smaak van het nieuwe spel te pakken. Schaken kwam in heel Europa in de mode. En voortaan, wanneer de twee koningen zich verveelden tijdens die lange donkere winteravonden in de middeleeuwen, speelden zij een spelletje schaak bij het haardvuur, met een goed glas aardbeiensap erbij, want al dat geslemp met bier, wijn en rosť was toch maar slecht voor de concentratie. En zo is het eeuwenlang gebleven, tot op de dag van vandaag. Zelfs onze eigen Koningin Beatrix speelt op dinsdagavond altijd een potje schaak. Geen minister mag haar dan storen. De televisie en computer gaan uit. Door het schaken vielen er geen gewonden meer op de slagvelden, ook al werd er hard gestreden en geslagen. Je hoorde het klikken en klakken van schaakstukken in de hoge zalen. Maar verder was het stil. Muisstil. Als iemand eens iets harop zei, keken alle anderen verstoord op van het bord en dan lieten ze een oorverdovend "Ssssstt!" klinken. De lakeien liepen op kousenvoeten. Het hele hof was razend enthousiast. De dames ook? Ja ook de dames vonden al dat schaken en geschaakt worden best aangenaam en zij speelden het spelletje mee. En zo is geloof ik het schaakspel ontstaan.







(c) 2000 Jeroen Vuurboom



jeugdschaakpagina