Jeugdschaakpagina
Stap 1 | Stap 2 | Stap 3 | Stap 4 | Stap 5 | Stap 6 |
volgende pagina | vorige pagina








binnenkort in dit theater
SCHAAKQUIZ STAP 4

    


  1. Wat is tripleren?
    1. Een drievoudige aanval opzetten
    2. Drie zware stukken op een lijn zetten
    3. Drie keer schaak zetten achter elkaar
    4. A, B en C zijn onjuist

  2. Wat is een octopus?
    1. Een inktvis
    2. Een paard op een sterk veld
    3. De "7e rij absoluut" (7e Reihe Absolut)
    4. Een pionneneindspel met 8 witte en 8 zwarte pionnen

  3. Wat is tempodwang?
    1. Dit verschijnsel komt voor bij jonge spelers die te snel zetten
    2. Tijdnood
    3. De tegenstander in tijdnood brengen
    4. Een situatie waarin het nadelig is om te zetten

  4. De Winawer in het Frans onstaat na
    1. 1 e4 e6 2 d4 d5 3 Pc3 Lb4
    2. 1 e4 e6 2 d4 d5 3 Pd2
    3. 1 e4 e6 2 d4 d5 3 e5
    4. A, B en C zijn onjuist

  5. De Tarrasch-variant van het Frans onstaat na
    1. 1 e4 e6 2 d4 d5 3 Pc3 Lb4
    2. 1 e4 e6 2 d4 d5 3 Pd2
    3. 1 e4 e6 2 d4 d5 3 e5
    4. A, B en C zijn onjuist

  6. De Doorschuifvariant in het Frans ontstaat na
    1. 1 e4 e6 2 d4 d5 3 Pc3 Lb4
    2. 1 e4 e6 2 d4 d5 3 Pd2
    3. 1 e4 e6 2 d4 d5 3 e5
    4. Hahaha, deze variant bestaat niet

  7. Een veld controleren betekent een veld
    1. bezetten
    2. bezitten
    3. dekken
    4. aanvallen

  8. Na 1 e4 e6 2 Lc4 d5
    1. verliest wit een tempo
    2. ontstaat een bekende hoofdvariant
    3. volgt sterk 3 Lb5+
    4. A, B en C zijn alledrie juist

  9. Wie is Bobby Fischer?
    1. Wereldkampioen schaken in 1972
    2. Internationaal Arbiter
    3. Een schaakmecenas
    4. A, B en C zijn juist

  10. Volgens de vijftigzettenregel kan een partij remise worden als
    1. er vijftig zetten lang niets geslagen is
    2. er vijftig zetten lang geen pion heeft bewogen
    3. als A of B het geval is
    4. als A en B het geval is

  11. Geblokkeerde stukken
    1. kunnen niet goed weg of verder
    2. zijn je eigen stukken die in de weg staan
    3. zijn stukken van de tegenstander die in de weg staan
    4. A, B en C zijn juist

  12. Wat is een ander woord voor onderbreken?
    1. Impliceren
    2. Intoneren
    3. Interfereren
    4. Irrigeren

  13. Wat is een vrijpion?
    1. Een pion die de overkant kan halen
    2. Een pion die niet kan worden gestopt door vijandelijke pionnen
    3. Een pion die bijna aan de overkant is en al minstens vier velden vooruit is gegaan
    4. Een pion die kan doorbreken

  14. Wat is een combinatie?
    1. ...
    2. ...
    3. ...
    4. ...

  15. Wat is een minuspion?
    1. Een pion weinig tot niets waard is
    2. Een pion die je minder hebt dan je tegenstander
    3. Een randpion, want die weinig waard
    4. Een pion die nog niet ver vooruit geschoven is

  16. Wat is een isolani?
    1. een ge´soleerde pion
    2. een ge´soleerd stuk
    3. een ge´soleerde vleugel
    4. Iso Lani was de grondlegger van het isolationisme in het schaakspel

  17. Wat zei Philidor?
    1. "Speel de Philidor-verdediging (1 e4 e5 2 Pf3 d6)."
    2. "Een klein voordeel wordt vanzelf een groot voordeel."
    3. "Wie niet waagt, die niet wint."
    4. "De pionnen zijn de ziel van het schaakspel."

  18. Wat is combinatoir?
    1. Wild
    2. Getruct
    3. Riskant
    4. Rustig

  19. Wat is ?
    1. ...
    2. ...
    3. ...
    4. ...

  20. Wat is ?
    1. ...
    2. ...
    3. ...
    4. ...

  21. Wat is ?
    1. ...
    2. ...
    3. ...
    4. ...

  22. Wat is ?
    1. ...
    2. ...
    3. ...
    4. ...

  23. Wat is ?
    1. ...
    2. ...
    3. ...
    4. ...

  24. Wat is ?
    1. ...
    2. ...
    3. ...
    4. ...

  25. Wat is ?
    1. ...
    2. ...
    3. ...
    4. ...

  26. Wat is ?
    1. ...
    2. ...
    3. ...
    4. ...

  27. Wat is ?
    1. ...
    2. ...
    3. ...
    4. ...

  28. Wat is ?
    1. ...
    2. ...
    3. ...
    4. ...







Jeugdschaakpagina
Stap 1 | Stap 2 | Stap 3 | Stap 4 | Stap 5 | Stap 6 |
volgende pagina | vorige pagina