ONZE VROEGSTE VOOROUDERS




12 oktober 1999

menukaart
egyptische dodenboek
inleiding




Computer-generated image of what an intermediate between a human and a chimpanzee face might look like (after Nancy Burston and David Kramlich, from C. A. Pickover, Computers and the Imagination: Visual Adventures Beyond the Edge (Alan Sutton, Stroud, 1991)) - Dawkins (zj)



      'Ik heb gedanst met een man die gedanst heeft met een meisje dat danste met de prince of Wales' ... Er is slechts een handvol tussensoorten nodig om te kunnen zingen: 'Ik had gemeenschap met een vrouw, die gemeenschap had met een man die gemeenschap had met een chimpansee' - Richard Dawkins




Enkele tientallen miljoenen jaren geleden werd de aarde bevolkt door een hominoïde, de gemeenschappelijke voorouder van aap en mens. Onze voorloper was een vegetariër. Ongeveer zeven miljoen jaar geleden begon de pre-hominide zich van de andere apen ('pongidae') af te scheiden. Er trad een specialisatie op. Apen hebben nu grotere hoektanden, hun herseninhoud is relatief klein. Onze voorouder, een boombewoner, werd tussen twaalf en zeven miljoen jaar geleden om nog onvoldoende opgehelderde redenen tweevoetig. Zijn herseninhoud nam toe en hij kreeg grijpvermogen, een kleiner hoofd en hij verloor zijn beharing. Geleidelijk aan ontwikkelde zich een omnivoor dieet, aldus Barkas (1979).

Volgens Colin Spencer, auteur van The Heretic's Feast, a History of Vegetarianism, kwam vlees relatief laat op het menu, pas zo'n anderhalf miljoen jaar geleden toen homo erectus met jagen begon. Misschien is het nodig om bij Spencers anderhalf miljoen jaar één, of zelfs twee miljoen jaar op te tellen, gezien een aantal recente vondsten (zie 'Skeleton find could rewrite human history' of 'Fossil find may be missing link').
Volgens Spencer zouden onze voorouders australopithecus robustus en australopithecus afarensis twee miljoen jaar geleden nog overwegend herbivoren zijn geweest, met dien verstande dat "they could have easily supplemented their diet whith termites, snails and lizards, for such a small amount of flesh would not change or show up on the dental fossils; but there is certainly no evidence of these two hominids as predators or hunters".
Spencer speculeert dat onze vroege voorouders bewust afzagen van geweld om aan hun voedsel te komen: "This, I believe, was a conscious decision. They must have observed carnivores killing and gorging on their prey, must have known that meat counted as food ... yet they refused to kill even small mammals".
De huidige mens zou volgens Spencer nog steeds niet volledig zijn aangepast aan zijn 'nieuwe', omnivore menu. Dit lijkt wat speculatief. Is anderhalf miljoen jaar onvoldoende voor het lichaam om zich aan te passen? Spencer leidt dit af uit het gegeven dat plantaardig voedsel voor de mens nog steeds veel gezonder is dan vlees. Toen onze voorlopers begonnen met vlees eten, ging het om relatief zeer kleine hoeveelheden. Maar de jacht kwam veel later op gang tijdens de grote klimaatsveranderingen in de ijstijden: "in evolutionary terms this is a very short period and the evidence is that our bodies have not fully adapted to the change", aldus Spencer.

De natuurgeneeskundige arts Peter D'Adamo speculeert dat de mens zich al in enkele tienduizenden jaren heeft aangepast. Dat is een ander uiterste. Zo zou 'pas' 50.000 jaar gelden bloedtype O zijn ontstaan, en nog recenter ontstonden de bloedtypen A en B. Bloedytpe O zou veel baat hebben bij dierlijke eiwitten, terwijl het meer recente bloedtype A een 'natuurlijke' vegetariër zou zijn.

Grande & Leckie (1996) gaan weer ver terug in de tijd, lang voordat de eerste bewijzen van kannibalisme en jacht opduiken: "The ancestors in question lived long before any modern human predecessors. The National Geographic Society's recent report on Neanderthal life in glaciated Europe, for example, cites evidence of cannabilism and reliance on hunting for food. However, these primate cousins were relatively recent in hominid history. Our original ancestors predate them by eons, long before the last great ice age. The early hominids were much more similar to modern day chimpanzees and gorillas."

Een ding staat inmiddels vast. De stelling dat de mens en zijn voorlopers zuivere herbivoren zouden zijn geweest, zoals biologen als John Ray en Carolus Linnaeus nog dachten omdat het menselijk lichaam lijkt op dat van planteneters, is onhoudbaar. Het misverstand kon ontstaan doordat men niet steeds duidelijk een onderscheid heeft gemaakt tussen de simplificaties omwille van de taxonomie der soorten - een classifictie met behulp van ja/nee-vragen (herbivoor/carnivoor) - en het feitelijk veel genuanceerder dieet binnen de geklassificeerde groepen. Een bijkomende complicerende factor is dat er geen eenduidig verband bestaat tussen anatomie en fysiologie van bepaalde lichaamsdelen en organen zoals gebit en darmen en enerzijds, en hun functie anderzijds (Scott 1997).

Er valt over de evolutie van het menselijk voedsel veel te zeggen. De volgende tabel geeft een overzicht van vondsten en theorieën. De gegevens spreken elkaar soms tegen (vergelijk ook de de Timeline van Kevin L. Callahan, 1997):



70 mln - heden
KAENOZOÏCUM ('nieuwste tijd')
groep der jongste geologische tijdperken:
TERTIAIR (70 - 2,25 mln)
paleoceen, eoceen, oligoceen, mioceen en plioceen
KWARTAIR (2,25 mln - heden)
pleistoceen en holoceen
65 mln
Paleoceen
placentazoogdieren
60 mln
Eoceen
primaten
kleine zoogdieren

Lemurs
"one of our earliest primate ancestors, stayed in the trees for most of their time and their diet was limited to leaves, nuts, fruits, berries and edible stems. Their habitat has remained more or less similar for 60 million years." -S93
40 - 35 mln
Oligoceen
antropoïde, hogere primaten
apen, mensapen en mensen

"vegetarians" -S93
25 - 5 mln staartloze apen

"diversifying and colonising Africa, Eurasia and the tropical Americas ... They were all vegetarians but the diet was widening with many more food choices" -S93
18 mln hominoïde

Afrika
"apes which lack tails and have larger brains and bodies than monkeys"

Proconsul: 'Daddy of us all'. We share this ancestor with the gorilla: vegetarian. -S93
13 - 10 mln
Mioceen
ramapitecus
13 - 7 mln aapmens daalt uit bomen af waar hij vegetarisch geleefd had -B97
7½ - 5 mln

hominide

afscheiding van de 'apes', gemeenschappelijke voorouder van mens, gorilla en chimpansee -Dzj,H94

uit kaakbeenderen blijkt:
-herbivoor: fruit, noten, bessen, boomsschors (cambium), mogelijk ook zaden, stengels, knollen en wortels, of zelfs mossen en algen ("vital for the nervous system")
-ook insecten, "but not in sufficient quantity to provoke a change in their dentition": kleine hoektanden, kiezen met groot maaloppervlak en dikke emaillelaag "to cope with vegetation"; geen andere kleine prooidieren -S93
7 mln

Toumaļ

De oudste mensachtige die leefde in het noorden van Tsjaad.
Combinatie van kenmerken van mensachtigen en van chimpansees.
Leefde kort nadat mensachtigen en apen zich van elkaar gingen onderscheiden.
Mensachtige kenmerken zijn de smalle kaken en de kleine hoektanden.
De herseninhoud (350 cc) is daarentegen vergelijkbaar met die van een chimpansee.
Liep op twee benen. -Parool 11 juli 2002
6 - 4½ mln Afrika: 'ancestral ape' -M97
5½ mln - 700.000

afwisselend koud en gematigd
minstens vier hoofdijstijden
australopithecus (2-3 mln)

verandering gebit: overgang van vruchten en gras naar zaden
a) africanus


a. africanus

droge omgeving, jager op klein wild, verzamelaar zaden en groenten, ontwikkelde zich tot volslagen carnivoor => homo erectus -B97

In de tanden van Australopithecus africanus werden in 1998-99 koolstofisotopen ontdekt die er op duiden dat hij ook grassen at en dus niet slechts leefde in bomen. "Het is niet onmogelijk, gezien de verdeling van de isotopen, dat de vroege aapmens ook dieren heeft gegeten." Dan zou de theorie dat de menselijke hersenen gingen groeien door het eten van vlees komen te vervallen. De enkels en voeten van een ander, recent gevonden skelet van 3½ miljoen jaar oud, duidt er op dat dit wezen ook leefde op de grond -de Volkskrant 16.1.99.
b) robustus (5½ mln - 700.000)
vochtige omgeving (meren en rivieren), vegetariër (bessen, zaden, vruchten) sterft uit 700.000 - B79
4½ - 1,8 mln Australopithecus
at first living in wooded environments, later walking around more freely and climbing trees; 'Lucy' appears -M97/G7
3½ mln

Plioceen
australopithecus afarensis ('Lucy')

klein, African veldt and forest, lived near water and was also a herbivore.
robustus: "a vegetarian but he used the bones of large mammals as tools to dig up roots and bulbs" -S93
3 mln - 10.000 STENEN TIJDPERK (steentijd)
paleolithicum (oude steentijd)
mesolithicum (midden steentijd: c.10.000-6000 v.Chr.)
neolithicum (nieuwe steentijd: c.6000-2000 v.Chr.) -G76/HL
2,6 mln - 600.000 rolstenen werktuigen van vuursteen waarvan aan een kant een punt ontstond, door tegen een ander voorwerp aan te slaan, die daarna scherp gemaakt werden
rolsteenindustrieën in Afrika, Azië en Europa -G76
2,5 mln australopithecus garhi

Vindplaats omgeveving Addis Abeba



"Immediately preceded humans ... the tools are the earliest examples ever found of technology being used to eat meat and scrape marrow out of bones ... A. garhi is quite distinct from A. africanus and from the other hominid species known to be alive around the same time ... having a small brain case, a very projecting face, and very large, back teeth ... The inclusion of meat and bone marrow in the diet could be a key factor, providing the extra nutrition required to evolve bigger brains." - BBC News, 23 april 1999.
2,25 mln - heden KWARTAIR
jongste der geologische tijdperken
onderverdeling:
pleistoceen
holoceen
2,25 à 1,8 - 0,01 mln Pleistoceen ('het meest nieuwe', vroeger 'diluvium' genaamd)
tijdperk van de ijstijden en warmtetijden
2 mln Homo habilis


homo habilis

possesses rough stone tools, which he uses to extract meat from the corpses of dead animals -M97/G97
2 - 1½ mln

homo habilis
('handyman', 'toolmaker')
verschillende ondersoorten, "the link between homo habilis and homo erectus is blurred"

grote hersenen, 'humanising period'
'scavenger', 'predominantly plant food diet'
"some very basic tools used to cut, scrape and dig": kleine primitieve bijlen.
"It is likely that Homo Habilis first scavenged his/her meat from the kill of big cats ..." -S93
1½ mln homo erectus


homo erectus schedel uit Java

begin van de jacht
het gebit verandert overeenkomstig
gevarieerd stenen gereedschap: handbijlen, hakmessen (vindplaats Olduvai Gorge), resten van kikkers, padden, knaagdieren, vissen, vogels, varkens, antilopes, giraffen -S93/zj
1,4 mln hand axes first appear, mankind's earliest tool, which was first chipped from stone -M97/G97
600.000 - 500.000 vuistbijlculturen van homo erectus
oudste vindplaats Abbeville (Frankrijk), verder in Noord- en Oost-Afrika Z.W.-Azië -G76
500.000 - 100.000 homo erectus

Afrika
a) javamens
b) pekingmens: at vnl. hertevlees, maar ook resten van schapen, antilopen, reebokken, kleine paarden en kamelen; koppensneller, at hersenen en beenmerg van zijn medemens -B79
400.000 finely crafted spears -G97
400.000 à 250.000 archaic homo sapiens - H94/S93
200.000 homo erectus sterft uit - S93
150.000 homo neanderthalensis -M97/G97
finely crafted tools of stone and, possibly, wood
no hint in the archaeological evidence of art, science, or religion -M97/G97
135.000 "dogs may have been domesticated" -G97
130.000 homo sapiens sapiens - NRC 20-3-99
125.000 à 80.000 Zuid-Afrika: oker pigment, mogelijk gebruikt in cermonieën -V97

the first humans engaged in such relatively sophisticated behavior as adorning themselves with red ochre "crayons." They hunted dangerous animals, such as the now-extinct giant buffalo with a horn-span of nine feet. They fished in the sea, slept on grass mats, decorated the dead. - Ellen Bartlett
100.000 homo sapiens sapiens
phase between the "social" and "natural history" capacities
the dead regularly buried, some with objects that are placed within burial sites
harpoons made of bone
boats are built
dwellings are erected; walls are painted; animals are carved; clothes are sewn with bone needles; people decorate their bodies with beads and pendants
finally people in the Near East plant crops, domesticate animals, build towns and cities, create and use systems of notation
-M97/G97

klimaatsverandering, vlees een essentiële versterking -S93
100.000 - 35.000 homo sapiens neanderthalis


homo sapiens neanderthalis

waarschijnlijk geen directe voorouder (maar zie BBC News 20 april 1999)

Cro-Magnon (naar enige vindplaats Dordogne, 1868)

Europa, Noord-Afrika, Palestina (48.000 en 60.000)
primitieve culturen: vuur, begraaft doden bij grotten, kunst en religie, "humans as migrators and myth-makers" -B79/S93
50.000 bloedtype O ontstaat
het oudste en meest gebruikelijke bloedtype, heeft groot geografisch verspreidingsgebied, leeft van de jacht en komt vooral voor onder Afrikanen en Amerikaanse Indianen
in tegenstelling tot de meer recente bloedtypen A, een natuurlijke vegetariër (ontstaan tussen 25.000 en 15.000), en B (tussen 15.000 en 10.000 ontstaan in de koelere hooglanden van de Himalaya en van daaruit oostwaarts en westwaarts verspreid) is bloedtype O vanwege een hoger maagzuurgehalte geschikt voor (en gebaat bij) het eten van dierlijk eiwit -Peter D'Adamo (zj)
45.000 homo sapiens sapiens
40.000 à 35.000 neandertaler sterft uit, onduidelijk waarom (volgens de 'interbreeding'-theorie leefde de neanderthaler tot 20.000 ą 10.000 jaar geleden - BBC News 20 april 1999)

begin van de eerste grote culturele, agrarische of neolitische revolutie
jagen en verzamelen niet meer de enige levensvorm -B79

better tools developed, experiments possibly made with cultivation and domestication (it is thought dogs became part of the human community)
wilde granen verzameld en geroosterd (Noord-Israël) -S93
30.000 phase between the technical and naturalistic capacities
it was then that tools started to be used to transform nature in cutting trees and making use of animal skin -M97
27.000 homo erectus sterft uit -G97
20.000

Upper-Paleolithic
grote verscheidenheid aan voedsel: vis, krab, weekdieren, slakken, patrijzen, watervogels, waterschildpad, hoefdieren en wilde granen (maalstenen en opslagputten)
eerste tekenen die wijzen op het bereiden van groenten: stampers, vijzels (upper Egypt) -S93
20.000 - 10.000 v.C. Het klimaat in Europa wordt milder. Europa bevolkt en europese culturen treden op de voorgrond (grotschilderingen). Overgang van rendierjacht op jacht op groot en klein wild, visserij en verzamelen van voedsel. -HL94
13.000 Eerste tekenen van landbouw (sikkelbladen) in Noord-Israël: gerst en tarwe naast ander voedsel: gazelle, hert, steenbok, eikels, pistache noten, vis en slakken. -S93
12.000 v.C. Nederland: Hamburger cultuur van rendierjagers gedurende de laatste ijstijd -HJ65
10.000 - heden Holoceen ('het geheel nieuwe')
geologisch heden
6000 - 2000 v.C. Neolithicum
Landbouw en veeteelt vanuit Mesopotamiė in Europa geļntroduceerd, eerst in het Egeļsch gebied en de Balkan, later in Zuid- en Midden-Europa, ten slotte in West-Europa. -HL94

Nederland tot 4000 v.C.: "De oudste bewoners leefden van jacht op rendieren en ander wild en van het verzamelen van vruchten. Rond 4000 voor de jaartelling vestigden zich in het zuiden de eerste landbouwers. " -Paspoort van de Europese Unie en Koninkrijk der Nederlanden Vanaf 4000 v.C. ontstaan in Nederland landbouw en veeteelt -HJ65
5000 metaal
19e eeuw Industriële revolutie
opkomst van de emancipatiebewegingen waaronder het vegetarisme
gebruikte afkortingen: B79=Barkas 1979; Dzj=Dawkins zj; G76=Gutbrod 1976; G97=Gardner 1997; H94=Humphrey 1994; HJ65=H.P.H. Jansen, Middeleeuwse geschiedenis der Nederlanden, 1965; HL94=Huig & Lunsingh 1994; M97=Mithen (in: Gardner 1997); S93=Spencer 1993; V97=Voetstappen 1997. Zie ook de de Timeline van Kevin L. Callahan, 1997.



Men is het er tegenwoordig ruwweg over eens dat onze voorouders, zeker vanaf zo'n twee miljoen jaar geleden, omnivoren (alleseters) waren, 'opportunistic feeders' die alles aten wat beschikbaar was (Scott, Garn & Leonard, Humphrey). Wel bleef de verhouding vlees/plantaardig voedsel lange tijd relatief klein: "there is consensus that the Pleistocene diet consisted overwhelmingly of vegetable material" (Grande & Leckie).

Hier volgen zeven typen argumenten waaruit in totaliteit een beeld naar voren komt dat onze voorvaderen ominivoren of, zo men wil, semi-vegetariërs waren. De indeling in zeven typen is overgenomen uit Scott (1997).


(1) Overeenkomsten met chimpansees

Barkas (1979): "Tot de jaren zestig werden chimpansees als volslagen vegetariërs geclassificeerd. Toen werd uit directe waarnemingen van Jane van Lawick-Goodall duidelijk dat chimpansees van het Gomberivier Reservaat in Ganganijika zo nu en dan vleeseters waren. ... [ze maakten] gemiddeld twaalf keer per jaar een prooi buit: ... wilde zwijnen, bavianen, junglevarkens, jonge en volwassen Colobo-apen, en zo nu en dan een roodstaartaap of mandril. Om aan vlees te komen organiseren de chimpansees jachtpartijen van ongeveer vijfendertig mannetjes, die hun prooi aanvallen en doden, en de slachtoffers verscheuren. Een gevolg van het vleeseten is het toenemen van agressief gedrag. De chimpansees worden bezitterig en verdedigend wat betreft hun aandeel in het vlees ... Chimpansees eten ook mieren, termieten, rupsen en allerlei soorten larven van torren en wespen géén bewijs van vleeseten of het maken van gereedschappen kunnen vinden. Deze bevindingen ... laten zien dat we niet met de juist tegenovergestelde generalisering moeten komen dat álle chimpansees ... alleseters zijn ... Directe observaties van gorilla's in het wild hebben tot op heden alleen maar een bevestiging van hun vegetarisme opgeleverd ... Het is opvallend dat gorilla's ... in gevangenschap in dierentuinen wel vlees eten als hun dit voorgezet wordt ... Het is duidelijk dat de verschillende eetgewoonten van gorilla's en chimpansees geen scherp omlijnd argument opleveren voor wat de 'natuurlijke' voeding van de mens zou moeten zijn, want apen worden, evenals mensen, direct beïnvloed door veranderingen in hun omgeving. Bovendien kunnen apen even selectief zijn in hun dieet (als mensen)."

Spencer (zj) over het onderzoek van Goodall: "Over a span of 10 years, the 50 or so chimpanzees killed and ate 95 mammals. They were all tiny - the young of bushpigs, bushbuck and baboons and most weighed 10lbs or less. It works out at 2.4 grams per individual per day, about the size of a pea. Their tiny victims were stumbled over by accident and there was no concerted plan to hunt and kill. Of all the living primates humans are the only one to eat large animals, the rest being almost entirely herbivorous. ... There can be no doubt that our metabolism, built up through these millions of years, is best sustained by a vegan and then a vegetarian diet, in that order."

Humphrey (1994): "Recent reseach shows that chimpanzees at least will attack and kill small animals and will eat carrion if they find it. The chimpanzee is thought to be our closest animal relative."

Scott (1997): "There are very few frugivores amongst the mammals in general, and primates in particular. The only apes that are predominantly fruit eaters (gibbons and siamangs) are atypical for apes in many behavioral and ecological respects and eat substantial amounts of vegetation. Orangutans are similar, with no observations in the wild of eating meat. Gorillas are more typically vegetarian, with less emphasis on fruit. Several years ago a very elegant study was done on the relationship between body size and diet in primates (and some other mammal groups). The only primates on the list with pure diets were the very small species (which are entirely insectivorous) and the largest (which specialize in vegetarian diet). However, the spectrum of dietary preferences reflect the daily food intake needs of each body size and the relative availability of food resources in a tropical forest. Our closest relatives among the apes are the chimpanzees (i.e., anatomically, behaviorally, genetically, and evolutionarily), who frequently kill and eat other mammals (including other primates)."


(2) Archeologie

Potts (zj): "As far back as it can be traced, clearly the archeological record indicates an omnivorous diet for humans that included meat. Our ancestry is among the hunter/gatherers from the beginning. Once domestication of food sources began, it included both animals and plants ... It now appears that the kind of wear [2.5 million years old, found in Ethiopia] we see on the edges that it was the actual flakes, the slivers of rock that were used, and they were used for a variety of things like butchering animals, perhaps sharpening sticks to dig up plant or foods that were underneath the ground, and a variety of tasks like that."

Louter (1997): "Door een aantal spectaculaire archeologische opgravingen in Afrika [wordt] het argument dat de mens vroeger als fructivoor leefde van tafel geveegd. Momenteel luidt de consensus onder paleoantropologen dat de opkomst van de mensheid nauw is verbonden met de stenen mesjes die tweeëneenhalf miljoen jaar geleden opdoken. De op dierenbotten gevonden sporen van dit soort mesjes hebben duidelijk gemaakt dat het vlees al behoorlijk lang op het menu van de mens staat."


(3) Celtypen

Scott (1997): "Cell Types Relative number and distribution of cell types, as well as structural specializations, are more important than overall length of the intestine to determining a typical diet. Dogs are typical carnivores, but their intestinal characteristics have more in common with omnivores. Wolves eat quite a lot of plant material."


(4) Fermentatievaten

Scott (1997): "Nearly all plant eaters have fermenting vats (enlarged chambers where foods sits and microbes attack it). Ruminants like cattle and deer have forward sacs derived from remodeled esophagus and stomach. Horses, rhinos, and colobine monkeys have posterior, hindgut sacs. Humans have no such specializations."


(5) Gebit

Scott (1997): "De mens is een omnivoor vanwege zijn "more generalized anatomical and physiological traits, especially the dentition (teeth) ...
Although evidence on the structure and function of human hands and jaws, behavior, and evolutionary history also either support an omnivorous diet or fail to support strict vegetarianism, the best evidence comes from our teeth. The short canines in humans are a functional consequence of the enlarged cranium and associated reduction of the size of the jaws. In primates, canines function as both defense weapons and visual threat devices. Interestingly, the primates with the largest canines (gorillas and gelada baboons) both have basically vegetarian diets. In archeological sites, broken human molars are most often confused with broken premolars and molars of pigs, a classic omnivore. On the other hand, some herbivores have well-developed incisors that are often mistaken for those of human teeth when found in archeological excavations ...
The New York Times, May 15, 1979. According to Dr. Alan Walker, a Johns Hopkins University anthropologist, Homo Erectus, the species immediately ancestorial to our own Homo Sapiens, had evidence of an omnivorous diet. Every Homo-Erectus tooth found was that of an omnivore. However, a small sample of teeth from the human-like species during a 12 million year period leading up to the Homo-Erectus period, indicates the earlier species may have been a fruit eater. Even if this species, way before our own, lived on a fruit diet, they probably would not have consumed what we consider typical fruits. Hundreds of plants produce fruits that are tougher, more substantial foods than what we eat today."


(6) Speekselklieren

Scott (1997): "These indicate we could be omnivores. Saliva and urine data vary, depending on diet, not taxonomic group."


(7) Darmen

Scott (1997): "Intestinal absorption is a surface area, not a linear problem. Dogs (which are carnivores [hij bedoelt waarschijnlijk: 'omnivores', JV]) have intestinal specializations more characteristic of omnivores than carnivores such as cats. The relative number of crypts and cell types is a better indication of diet than simple length. We are intermediate between the two groups."

Grande & Leckie (1996): "David Popovich has been studying the micro-nutrient content of the wild vegetation consumed by gorillas. He has found that much of the energy and nutrient value that gorillas are able to derive from such a diet comes from colonic fermentation. Their studies on human subjects have shown that humans may also be able to rely on colonic fermentation. Thus, a diet consisting of substantial quantities of fruits, vegetables and nuts - no pasta or starches - will provide adequate protein, B-12 and amino acids (the building locks of protein). Gorillas and chimpanzees have little trouble digesting cellulose thanks to the presence of the ciliate Troglodytella in their intestines. However, chimps and gorillas in captivity begin to lose their Troglodytella when they are fed cooked food. Thus, it is reasonable to assume that humans lost their intestinal cilia when they started cooking with fire."


De mens is dus een alleseter. Niet-vegetariërs concluderen hieruit misschien dat er daarom niets mis is met vlees. En vegetariërs wijzen er op dat het gegeven dat de mens een omnivoor is, ook betekent dat hij geen dierlijke eiwitten nodig heeft. Bovendien aten onze voorouders relatief kleine hoeveelheden vlees.

Michiel Louter gaat een stap verder. Hij baseert zich op Richard Leaky, die meent dat vlees toch nodig was:

Hoogstwaarschijnlijk is de mens zelfs mens geworden juist dóór het eten van vlees, zo concludeert de toonaangevende antropoloog Richard Leaky in The Origin of Humankind uit 1994. Tegelijk met het verschijnen van de stenen mesjes begon het volume van het brein immers explosief te groeien, iets dat volgens Leaky alleen kon gebeuren door het beschikken over 'een extreem rijke bron aan calorieën, proteïne en vet. Alleen door het toevoegen van een aanzienlijke hoeveelheid vlees aan zijn dieet kon de vroege mens zich "veroorloven" om zijn brein zodanig te laten groeien. - Louter (1997)

Of de veronderstellingen van de 'toonaangevende antropoloog' Leaky ook door diens vakgenoten worden gedeeld, heb ik niet kunnen achterhalen. Spencer is het er in elk geval niet mee eens. Hij geeft vier argumenten tegen de (niet vaak meer gehoorde) stelling dat onze voorouders zuivere carnivoren zouden zijn geweest. Drie daarvan zijn ook van toepassing op de veronderstellingen van Leaky.

1) "If there was a correlation between the consumption of red meat and the enlargement of brain cells, big cats would have the largest brains and be the dominant species in the world today?" (Dit argument lijkt onzuiver. Vlees zou, onder bepaalde omstandigheden en in combinatie met andere factoren, voor een bepaalde diersoort een noodzakelijke voorwaarde voor de groei van de hersenen kunnen zijn, maar het is geen voldoende voorwaarde, net zo min als bijvoorbeeld het hersenvolume een absolute maat is voor intelligentie. In dat geval zou een olifant slimmer moeten zijn dan een mens. Maar dat neemt niet weg dat er toch een correlatie tussen intelligentie en hersenvolume kan bestaan.)

2) "If early humans had relied on meat alone they would have gone without most of the time." (Dit argument bestrijdt de opvatting dat de mens een pure carnivoor zou zijn.)

3) De groei van de menselijke intelligentie kan verklaard worden door noodzaak van kennistoename: "men and women must have gathered a huge encyclopaedia of knowledge. It was the women and children who searched for and gathered herbs, flowers and seeds, recognising their effect on the human body ... the Amerindian tribes of the Amazon and Orinoco basins have an intimate knowledge of the plants of the rain forest ... This storing of a vast amount of information early on in our prehistory must have required greater and greater intelligence ...

4) Om de hersenen (de cerebrale cortex) te laten groeien zijn twee soorten 'neurale vetzuren' vereist, 'Omega 3' en 'Omega 6', in een uitgebalanceerde combinatie. Beide stoffen komen zowel voor in allerhande plantaardig voedsel als in de combinatie vlees met vis. Veel carnivoren krijgen echter te weinig Omega 3, "which is why carnivores cannot become of superior intelligence by eating large quantities of meat alone".


Skeleton find could rewrite human history

We laten de discussies voor wat ze zijn. Een relativering tot slot. Regelmatig leest men in bijvoegsels en opiniebladen hoe recente archeologische vondsten en nieuwe onderzoekstechnieken leiden tot drastische bijstellingen van onze kennis van de evolutie van de mens. Daarbij valt op hoe weinig solide de extrapolaties verbonden met vorige opgravingen en technieken klaarblijkelijk steeds waren (zie 'Skeleton find could rewrite human history' en 'Oudste mens leefde nog veel langer geleden'). De nieuwere vondsten leiden er meestal toe dat dateringen verder terugschuiven in de tijd. Veel blijft onduidelijk.
Het is bovendien verwarrend en vermoedelijk onjuist om van dé voorouders van dé mens te spreken. Veel waarschijnlijker is het dat er verschillende mensachtige varianten naast elkaar hebben bestaan ("De Toumaļ-schedel heeft kenmerken die moderner zijn dan die van sommige veel jongere mensachtigen, en schudt daarmee de stamboom van de mensachtigen door elkaar") en dit geldt dan ook voor hun voedselpatroon. Ook is het denkbaar dat een vooroudergroep in een specifieke omgeving herbivoor is gebleven/geworden terwijl diezelfde groep zich elders ontwikkelde tot omnivoor, afhankelijk van de omstandigheden.
Scott: "The archeological record does not give a clear, linear story of human development. Also, in the earlier stages of our development, there were obviously several humanoid species existing as co-contemporaries and it is not always clear which one is the direct ancestor of modern Man. You should remember that there is a lot of variation between fossil types classed as the same species, even those from similar periods of time. It seems unlikely that there was a uniformity of characteristics and lifestyle amongst all humans alive at any one time until H sapiens sapiens became the dominant species. Our history is much more of a patchwork of sub-species and differing ways of life. Finally, the experts themselves frequently disagree over what particular fossil finds may mean and how they fit into our 'family tree'." Recent hebben de genetici Harris en Hey (New Jersey) afgeleid dat homo sapiens sapiens al 200.000 jaar verdeeld is in twee groepen. Zij analyseerden het PDHA1-gen en vonden een verschil tussen enerzijds Afrikaanse en anderzijds Aziatische en Europese groepen. "Dit betekent dat de ontwikkeling van de vroeg-moderne mens (homo sapiens) tot de huidige moderne mens (homo sapiens sapiens c.q. Cro-Magnon-mens) in gescheiden populaties tegelijkertijd heeft plaatsgevonden" (NRC 20-3-99).



Ellen Bartlett "Ik had een aantal gefossieleerde sporen van een carnivoor gevonden ..." (Berger)



Apen en mensen: biologie en beschaving

      En laten we, nadat we 2.500 jaar de verschillen tussen mens en dier hebben benadrukt, nu eens een tijdje op de overeenkomsten letten. - Frans de Waal

In de nieuwsgroep alt.animals.ethics.vegetarian woeden regelmatig discussies over de verschillen en overeenkomsten tussen mens en dier. Iemand grapte: "NEWSFLASH! Humans are animals." Een ander, zich T. Rex noemende poster: "Apes, being more intelligent, probably evolved from Darwinists".

Wij hebben ons tot nu toe vooral beziggehouden met het voedsel van de eerste mensen en mensachtigen. Een andere invalshoek is de vraag in hoeverre mensen en apen op elkaar lijken. Deze vraag is van belang in de discussies over het vegetarisme. Immers, indien het onderscheid tussen mens en dier kleiner zou blijken te zijn dan men altijd heeft aangenomen, dan kan dit gevolgen hebben voor de wijze waarop wij dieren zien en behandelen.

De oude Grieken wisten reeds hoezeer mens en dier in bepaalde opzichten op elkaar lijken, bijvoorbeeld wat betreft het vermogen om tekens te gebruiken. Zij concludeerden "dat dieren tekens met een betekenis (semantiek) konden gebruiken maar geen syntaxis (grammatica) kenden" (Sorabji, geciteerd naar Serpell zj). Niet alleen met taal, ook met rekenen komen dieren uit de voeten. Meerkoetvrouwtjes tellen hun eieren om vast te stellen of hun nest compleet is, meent de ecoloog Bruce Lyon (Parool 5 april 2003).

Het genetische verschil tussen apen en mensen is klein: 99.4% (99.6% volgens een andere bron) van het erfelijk materiaal in onze cellen is identiek aan dat van chimpansees. Zo'n getal moet men wel op zijn waarde weten te schatten. Want geldt iets soortgelijks niet ook voor de elementaire bouwstenen van een XT en een Pentium processor?

Uit verschillende disciplines komen steeds meer aanwijzingen dat de taal en het vermogen om te redeneren en concepten te hanteren, geen unieke menselijke vermogens zijn, zoals 'men' altijd heeft gedacht.
Toen verzorgers in een dierentuin waterkranen openzetten, realiseerde Kakowet, een bonobo aap, dat een aantal spelende jonge aapjes in een aangrenzend vertrek zouden verdrinken. Ze waarschuwde de oppassers en hielp zelf mee de baby-apen te redden. "The ability to look at the world through someone else's perspective -- in this case, to realize the babies would be in the path of rushing water and cannot swim -- is incredibly advanced thinking once thought unique to humans", aldus Frans de Waal.
Ook blijken mensapen hun soortgenoten uitstekend te kunnen bedriegen en misleiden. Volgens de evolutionair psycholoog Richard Byrne wijst dit op een gemeenschappelijke biologische talige basis bij mensen en mensapen (Van der Helm 1999). Dit resultaat is in overeenstemming met hersenscans van Bill Hopkins, verricht op tien soorten apen. Het bleek dat oran oetangs, gorilla's, chimpansees en bonobo's 'left-brained' zijn: het planum temporale, verantwoordelijk voor de taalfuncties en rechtshandigheid, is in de linker hersenhelft sterker ontwikkeld, net als bij de mens. Voor de 'lagere' apen geldt dit niet (Neergaard).

Niet slechts wat betreft de cognitieve vermogens lijken apen en mensen op elkaar. Er is ook een grote affectieve overeenkomst: "in one appalling experiment, monkeys were deprived of their mothers. The result? 'They have shown many signs of extreme neuroticism and even psychosis. Most of them spend their time sitting passively staring out into space, not interested in other monkeys or anything else. Some of them tensely win themselves into tortured positions, and others tear at theri flesh with their teeth ... These are all symptoms found in human adults confined in institutions for the insane'" Robbins (1987:38-39). Het belang van een gezonde affectieve relatie geldt voor bijna alle dieren, niet alleen zoogdieren. Kan men hieruit al concluderen dat dieren, net als mensen, zowel zeer gelukkig als zeer ongelukkig kunnen zijn?

Een ogenschijnlijk groot biologisch verschil tussen mensapen en mensen is dat ze van elkaar geen nakomelingenen kunnen krijgen. Echter, volgens Richard Dawkins (zj) zijn er slechts enkele tussenvormen nodig om aap en mens zo te koppelen dat nakomelingenschap weer mogelijk is. Die tussenvormen zijn uitgestorven maar hebben ooit bestaan. Een dergelijke koppeling (of 'ring') kan men in de natuur waarnemen bij meeuwensoorten, verspreid over een groot gebied. Alle aangrenzende soorten kunnen onderling wel nakomelingen krijgen en zo is er indirect toch uitwisseling van genetische informatie mogelijk over de gehele keten of ring. De 'ring' van Dawkins lijkt een biologische toepassing van de Wittgensteiniaanse taalfamilie. Ook de betekenissen van woorden in de natuurlijke taal kunnen op eenzelfde continue wijze binnen een taalfamilie aaneengeschakeld zijn (historisch of anderszins), zodat tussen het ene en het andere 'uiteinde' (een taalfamilie is eigenlijk open en er is dus geen absoluut uiteinde) relatief grote verschillen bestaan terwijl er toch een duidelijk onderliggend verband is. Dawkins betoogt nu dat ons denken, in het bijzonder wanneer het normen en waarden betreft, een dergelijke continuïteit dikwijls niet opmerkt of niet wil zien. Net als in de rechtbank zijn er slechts twee mogelijkheden: de verdachte is schuldig óf onschuldig. Daartussenin is niets. Hier is sprake van een 'mind-gap', een missing link in een discontinue logica. Dawkins beweert dat wij niet slechts op apen (mensapen) lijken, niet slechts van de apen 'afstammen', maar dat we feitelijk Afrikaanse apen zijn: "The word 'apes' usually means chimpanzees, gorillas, orangutans, gibbons and slamangs. We admit that we are like apes, but we seldom realise that we are apes. Our common ancestor with the chimpanzees and gorillas is much more recent than their common ancestor with the Asian apes - the gibbons and orangutans. There is no natural category that includes chimpanzees, gorillas and orangutans but excludes humans ... In truth, not only are we apes, we are African apes."



Mensen lijken meer op chimpansees, dan chimpansees op Gibbon-apen - Dawkins (zj)


We kunnen al het bovenstaande in enkele zinnen kort samenvatten: onze vroegste voorouders waren een overwegend van plantaardig voedsel levende ondersoort van de Afrikaanse apen totdat zo'n twee à drie miljoen jaar geleden toen de jacht begon, vlees een steeds belangrijker onderdeel van het menu werd. Zeker in de laatste paar honderd duizend jaar ontwikkelde 'de' mens zich tot een omnivoor en jager.




DE OUDSTE BESCHAVINGEN
35.000-2000 v Chr.

De mens is een aap, zegt de bioloog. Maar hij is een beschaafde aap. (Een aap is ook beschaafd, zegt trouwens Frans de Waal.) Door werktuigen, landbouw, kennisoverdracht, symbolen, spel, ambacht, religie, geboden, taboes, experiment, boeren slimheid, ijver en ambitie ontsteeg hij zijn biologische determinanten. De 'beschaving' zelf werd de belangrijkste determinant van de menselijke ontwikkeling.

Spencer speculeert dat de Neanderthaler uitstierf omdat hij deze versnelde culturele ontwikkeling niet kon bijbenen: "the Cro-Magnon were far more clever in the competition for the limited food resources of the Ice Age and in the organisation of their communities". (Noot: "a hybrid skeleton showing features of both Neanderthal and early modern humans has been discovered, challenging the theory that our ancestors drove Neanderthals to extinction ... early modern humans and Neanderthals are not all that different. They intermixed, interbred and produced offspring," said Erik Trinkaus of Washington University" - BBC News 20 april 1999.) Tot 35.000 jaar geleden was er nauwlijks culturele vooruitgang geweest. Maar nu kreeg kennis een 'oneindig' karakter: mensen ontdekten "that their brains were far more powerful than they had hitherto acknowledged" (geciteerd uit Colin Tudge). "This attitude ... was essential to set humankind on the road to cultivation rather than hunting". Homo sapiens sapiens verspreidde zich over Europa en Azië en bracht daar technologie en vindingrijkheid. Dit garandeerde een steeds groter en stabieler aanbod van voedsel. In de relatieve overvloed ontstonden magische taboes, regels die een onbeperkte jacht en bandeloze voedselinname beperken. Bij Amerikaanse Indianenstammen gold een verbod op de jacht zodra er voldoende vlees voor consuptie was. Van de juiste naleving van de voedselvoorschriften, zo dacht men, ging een magische heilzame werking uit. Kennis van de natuur, in zeer veel eeuwen uitgekristalliseerd en geconserveerd, nam de vorm aan van empathie: invoeling en identificatie met planten, dieren en goden.

De opkomst van de menselijke culturen betekende een enorme sprong in een relatief kort tijdsbestek, vergelijkbaar met de laatste minuut van de dag der evolutie. Een klein genetisch DNA-verschil van 1,6% leidde tot enorme kwalitatieve en kwantitatieve verschillen tussen menselijke en dierlijke samenlevingsvormen. Het zou van een biologie-gecentreerd denken getuigen om de enorme betekenis en de eigen kwaliteit van die verschillen en hun grote gevolgen niet te erkennen. Een topatleet kan miljoenen verdienen wanneer hij de 100 meter 0.4 seconde sneller aflegt dan zijn minder fortuinlijke collega's. De evolutie bekommert zich niet over de vraag of dat wel rechtvaardig is. Iets soortgelijks geldt voor de verhouding tussen eindexamencijfers en arbeidskansen van scholieren en studenten. Zo waarderen de evolutie en de cultuur kleine verschillen. De kleine verschillen leiden op hun beurt tot grotere verschillen, enzovoort. Pas door de cultuur kreeg het onderscheid mens-dier betekenis. En om dat verschil überhaupt te kunnen formuleren moest eerst de menselijke taal zich ontwikkelen.
Pas nadat de menselijke 'beschaving' ook al weer een flink eindje was gevorderd kon de geschiedenis van het vegetarisme een bescheiden aanvang nemen. De mens ontwikkelde zich van kannibaal tot priester. Hij begon nu te peinzen dat vlees en bloed eerst moesten worden geofferd aan de goden voordat hij er zelf iets van mocht nemen. En wanneer hij dit deed, was hij aan strikte voorschriften gebonden.
Door (en ondanks) deze cultuur werd de mens het grote evolutionaire succes terwijl zijn naaste concurrenten uitstierven of zich terugtrokken in de niet door mensen bevolkte gebieden. Miljarden mensen wonen nu op de aarde. De aarde wordt klein. Pas in de allerjongste tijd kwam de mens noodgedwongen tot het besef dat hij zelf verantwoordelijk was voor zijn leefwereld en die van de planten en de dieren, al had hij hiervoor misschien niet de geringste biologische aanleg. Maar misschien dat zijn cultuur hem daarbij een beetje van dienst kon zijn?

De geschiedenis van het vegetarisme begint eigenlijk pas met het besef van deze verantwoordelijkheid. Hoe het zij, denken over de ethische vraag of het goed is om dieren te doden voor voedsel, is een teken van 'beschaving', een verworvenheid die op zijn best pas een paar duizend jaar oud is.


Grotschilderingen

De grotten van Lascaux, Altamira en Vallon-Pont-d'Arc (in 1995 ontdekt) bevatten schilderingen van dieren. De afbeeldingen zijn ongeveer 20.000 jaar oud. Uit het feit dat in de grotten voornamelijk dieren zijn afgebeeld (geen planten of gereedschappen), moet men afleiden dat de dieren een bijzondere betekenis hadden voor de grotmensen. Maar welke? De geleerden weten het niet precies. De afbeeldingen zijn met vakmanschap en kunstzinnigheid vervaardigd en ze zijn veel naturalistischer en talrijker dan de afbeeldingen van mensen. De aanwezigheid van een soort stenen altaar in Vallon-Pont-d'Arc wijst op een 'religieuze' betekenis. De afbeeldingen zijn onder andere in verband gebracht met magische jacht- en vruchtbaarheidsrituelen, met hallucinaties en trance. De dood speelde waarschijnlijk een belangrijke rol. De mens begroef zijn doden. En dieren, vooral beren, werden gedood en waarschijnlijk geofferd. De figuren lijken te getuigen van een 'heilig' ontzag of 'angst'. Vooral de grote en sterke dieren werden afgebeeld: beren, mammoeten, neushoorns, panters, leeuwen. Sommige schilderingen en gravures tonen mensen met dierlijke eigenschappen. Misschien heeft de grotmens zich met de dieren geļdentificeerd of vergeleken. Tegelijkertijd waren de dieren ook anders dan hijzelf. Ze waren vreemd en men zal ze magische eigenschappen hebben toegedicht. Misschien brachten de grotafbeeldingen de dieren in de macht van de mens (vergelijk Kloosterboer 1995).
Als de grotmensen aan de dieren uit hun omgeving inderdaad, of aan hun afbeeldingen, een 'religieuze' betekenis hebben toegekend, dan is er misschien een historisch verband met de dierencultussen van de Sumeriėrs, de Egyptenaren en de andere volken van het Midden-Oosten, Griekenland en elders. In dat geval zou het verleidelijk zijn om een verband te zien tussen de oudst bekende vegetarisch-religieuze taboes zoals die uit de oudere religies en cultussen is ontstaan en de oermentaliteit van de grotmensen, een mentaliteit waarin de dood, dierenoffers, heiligheid, ontzag, taboes, identificatie met en ontzag voor dieren een vooralsnog onverklaard systeem vormden.


Bronnen

-Barkas (1979)
-Bartlett (#)
-Berger 1997 (link verouderd#)
-Cronin (1997)
-Dawkins (zj)
-Dozell (zj)
-Garn & Leonard (#)
-Gardner (1997)
-Grande & Leckie (1996)
-Gutbrod (1976)
-van der Helm (1999)
-Humphrey(s) (1994)
-Kloosterboer (1995)
-Leaky/Ward (zj) (#)
-Louter (1997)
-Neergaard (1998) (#)
-Potts (zj) (#)
-Ryder (zj) (#)
-Robbins (1987)
-Scott (1997)
-Serpell (zj)
-Spencer (zj)
-Spencer (1993)
-Voetstappen (1997)



menukaart
egyptische dodenboek
inleiding