PLOTINUS
de keten van het zijn




6 mei 1998

menukaart
porphyrius
plutarchus




Plotinus



      Als alle dingen aan elkaar gelijk zouden zijn, dan konden ze niet bestaan. - Plotinus


Plotinus (c.205 - 270) werd geboren in Egypte en begon pas op latere leeftijd filosofie te studeren in Alexandrië. Net als zijn leerling Porphyrius was Plotinus een toegewijde vegetariŽr (Giehl).

Na een lange zoektocht door de filosofie vond Plotinus bij Ammonius Sakkas, die elf jaar lang zijn leraar zou blijven, wat hij zocht. In 244 nam hij deel aan een de oorlogsexpeditie die keizer Gordianus tegen het Oosten ondernam. Plotinus was niet oorlogszuchtig, maar hij hoopte door deelname aan de veldtocht de gelegenheid te krijgen om kennis te maken met de Perzische magiërs en de Indische brahmanen. De tocht mislukte echter, en Plotinus vertrok naar Rome waar hij filosofie ging onderwijzen. Er vormde zich een kring van trouwe leerlingen, "die meest uit de oostelijke provincies van het rijk afkomstig waren" (De Strycker 1980). Bij keizer Gallienus stond hij in hoog aanzien. Plotinus, die een Platonicus wilde zijn, uitlegger van de ware betekenis van Plato, heeft in Rome geprobeerd om een republiek te stichten naar Plato's model, maar dat plan mislukte. Volgens Porphyrius schaamde Plotinus zich voor zijn lichaam. Hij meed de publieke baden met hun promiscue naaktheid. Zijn gezondheid was zwak en tot zijn achtste jaar dronk hij uit de moederborst. Mogelijk een teken van 'maternal deprivation', meent Harrison (1996). Plotinus zelf weigerde stelselmatig iets over zijn jeugd en familie te vertellen. Hij was een bescheiden vegetarische asceet die door het bijgelovig volk als een absolute heilige werd aangezien, begiftigd met bovennatuurlijke krachten.

Het platonisme van Plotinus was een vorm van pantheïsme. De wereld verwierp hij. "He envisaged God as an impersonal Unity - infinite, eternal, with no spatial location, and (curious, but consistent) without thought, knowledge or movement. This conception is strikingly close to that of Taoism. The One created the universe by progressive emanation, first into a purely spiritual form, Intellect, then into Soul, which in turn animated the physical world. Soul is present even in the lowest forms of existence, but these are so far removed from divinity that Plotinus sometimes calls matter evil. Like Plato, he believed that the body had to be suppressed and overcome before the soul could attain unity with the One. He experienced states of mystical union" (Harrison). Men vindt in de filosofie van Plotinus ook de invloed van Aristoteles en de stoa.

Wat Plotinus' motieven geweest kunnen zijn om vlees af te wijzen kan men slechts op indirecte wijze afleiden. Over het vegetarisme heeft hij, in tegenstelling tot Porphyrius, niets geschreven. Het hoofdwerk, de Enneaden (Negentallen), beantwoordt vragen van leerlingen, zoals de vraag of dieren gelukkig kunnen zijn. Plotinus beantwoordt deze vraag bevestigend. Zelfs planten, hoewel ze niets voelen, hebben een zeker vermogen tot 'welzijn', 'innerlijke rust' of een 'goed leven' in zoverre ze het doel van hun natuur verwezenlijken. Het welzijn van de planten staat los van de vraag of zij hun welzijn zelf beleven. Er bestaat dus een hogere staat van geluk en harmonie die voorbij gaat aan het onderscheid tussen bewust en onbewust. De ziel van elke mens, van elk dier en elke plant "circles about the Godhead ... in its own rank and place". Het bewuste leven is echter wel meer verheven dan het plantaardig leven. Zowel voor dieren als voor mensen geldt dat ze deel hebben aan het Principe van de Rede, zij het steeds op imperfecte wijze en per soort en per individu verschillend. Al beschikt de mens over grotere verstandelijke vermogens, dieren handelen wel degelijk voor een deel uit begrip. Maar Plotinus schakelt dieren en mensen niet gelijk. De mens is nobel, "he holds a lot higher than that of all the other living things of earth". Echter, de dieren "which serve to the adornment of the world", behouden hun autonomie: "not one lives without profit to itself and even to humanity". En we moeten ze daarom accepteren zoals ze zijn en niet beoordelen naar menselijke maatstaven. Plotinus geeft een voorbeeld: "It is ridiculous to complain that many of them are dangerous - there are dangerous men abroad as well - and if they distrust us, and in their distrust attack, is that anything to wonder at?" Plotinus neemt het op voor de eigen aard van de dieren, en hekelt daarmee impliciet het antropomorfe beeld dat wij van dieren creŽren, zoals dat zelfs tot uitdrukking komt in hun namen. Zo berichtte het ANP (27 mrt 2003) over de klopjacht op een vervaarlijke 'bijtschildpad' in de Nederlandse wateren alsof het een speciale soort betreft: "Gevaarlijke bijtschildpadden zullen steeds vaker voorkomen in de Nederlandse wateren. Dat voorspelde de stichting Schildpad donderdag na overleg met Staatsbosbeheer. Volgens voorzitter B. Luyendijk ligt de oorzaak in het importverbod van onder andere de roodwangschildpad. De handel koopt in reactie andere soorten in, zoals deze bijtschildpad. En die voelt zich prima thuis in de Nederlandse wateren. Doordat ze veelvuldig worden vrijgelaten, verwachten we landelijk steeds meer meldingen. Staatsbosbeheer overlegde donderdag over de bijtschildpad in de Donkse Laagten in Bleskensgraaf. Vorig jaar september werd daar een exemplaar gezien. Een klopjacht bleef zonder succes. Luyendijk denkt dat het beest er nog zit en rond deze tijd uit zijn winterslaap komt. Staatsbosbeheer gaat het publiek met kleine posters waarschuwen voor de schildpad."

Hoe komt Plotinus eigenlijk aan zijn kennis? Een wijs man, zegt hij, kan het universum lezen en daarin relaties van overeenkomst en sympathie ontdekken. Denken in termen van overeenkomsten (continuïteit, verbondenheid, sympathie, compassie) is een hoofdmotief in de geschiedenis van het vegetarisme. Het staat tegenover een denken in termen van identiteit en verschil. Plotinus past zijn leesmethode nogal grondig toe. Hij komt tot het inzicht van de fundamentele verbondenheid van alles met alles! Alles is aaneengeschakeld in een grote keten. De historicus Lovejoy (1978) noemt Plotinus daarom 'systematizer of the idea of the Chain of Being'. In deze keten bevindt de mens zich ergens tussen de goden en de dieren en wij hebben de keus in welke richting wij ons verder willen ontwikkelen:

We may think of the stars as letters perpetually being inscribed on the heavens or inscribed once for all and yet moving as they pursue the other tasks allotted to them: upon these main tasks will follow the quality of signifying, just as the one principle underlying any living unit enables us to reason from member to member ... All teems with symbol; the wise man is the man who in any one thing can read another, a process familiar to all of us in not a few examples of everyday experience ... We may judge of character and even of perils and safeguards by indications in the eyes or in some other part of the body ... All things must be enchained; and the sympathy and correspondence obtaining in any one closely knit organism must exist, first, and most intensely, in the All ... Thus each entity takes its origin from one Principle and, therefore, while executing its own function, works in with every other member of that All from which its distinct task has by no means cut it off: each performs its act, each receives something from the others, every one at its own moment bringing its touch of sweet or bitter. And there is nothing undesigned, nothing of chance, in all the process: all is one scheme of differentiation, starting from the Firsts and working itself out in a continuous progression of Kinds.

De verbondenheid van alles met alles betekent nog niet dat de aarde nu meteen een paradijs is. Dood en destructie zijn nodig als 'means to the transmutation of living things'. Echter, voor wie het reeds zien kunnen gaat er in alle tegenstelling en conflict een hogere harmonie schuil, precies zoals een muzikaal akkoord ontstaat uit conflicterende, niet-identieke tonen. Plotinus ziet dus twee werkelijkheden waarvan de ene eigenlijk schijn is. Hij vergelijkt de dood van het lichaam met de dood van een acteur in een theaterstuk. Wanneer de acteur sterft verdijwnt hij achter de coulissen, verwisselt zijn make-up en verschijnt even later in een nieuwe rol op de planken. Maar als de dood dus slechts een overgang is, wat is er dan zo verschrikkelijk aan om te sterven of gedood te worden? En, zo kunnen wij toevoegen, waarom zou iemand vegetariër worden? Wat sterft is immers niet de Ziel, maar slechts 'the Shadow outside'. Het leven is inderdaad een goddelijke komedie, herhaalt Plotinus. Het heeft geen zin zich te beklagen over de dood. Valse sentimenten worden afgekeurd: "Those incapable of thinking gravely read gravity into frivolities". Maar opnieuw, indien dit alles zo is, en zelfs noodzakelijk zo is, hoe kan men dan nog moreel verantwoordelijk zijn voor zijn daden? Plotinus antwoordt dat wij niet superieur zijn aan de dieren, maar het is wel onze plicht om onze specifiek menselijke mogelijkheden en onze vrijheid ten goede aan te wenden:

The question is not whether a thing is inferior to something else but whether in its own Kind it suffices to its own part; universal equality there cannot be. Man is singled out for condemnation when he does evil; and this with justice. For he is no mere thing made to rigid plan; his nature contains a Principle apart and free.


Bronnen

-Giehl (1979)
-Harrison (1996)
-Hughes (zj)
-Lovejoy (1978)
-Plotinus (zj) (#)



menukaart
porphyrius
plutarchus